1887

OECD Multilingual Summaries

International Migration Outlook 2013

Summary in Dutch

Cover
Read the full book on:
10.1787/migr_outlook-2013-en

Vooruitzichten internationale migratie 2013

Samenvatting in het Nederlands

VOORNAAMSTE TRENDS

  • Het aantal immigranten in OESO‑landen stijgt, maar blijft een stuk lager dan vóór de economische crisis. Over het algemeen steeg de permanente immigratie in OESO‑landen in 2011 vergeleken met 2010, maar bleef onder de 4 miljoen. Voorlopige cijfers voor 2012 wijzen op een verdere toename. De tijdelijke arbeidsmigratie bleef ongewijzigd vergeleken met 2010 met iets minder dan twee miljoen migranten. OESO‑landen zijn nog steeds aantrekkelijk voor studenten van over de hele wereld, aangezien het aantal internationale studenten in 2010 6% hoger was dan in 2009.
  • India en China zijn nog steeds belangrijke herkomstlanden voor de immigratie in OESO‑landen, maar dit jaar verschijnen Polen en Roemenië in de top drie (na China), vanwege de toegenomen mobiliteit in de Europese Unie. De vrije beweging van personen in Europese OESO‑landen is in 2011 toegenomen en de migratie uit deze regio is nu viermaal gebruikelijker dan migratie van elders. De uitstroom uit landen die het zwaarst door de crisis zijn geraakt, vooral Zuid‑Europese landen, is van 2009 tot 2011 met 45% toegenomen.
  • In 2011 is het aantal asielzoekers in OESO‑landen met meer dan één vijfde gestegen en was sinds 2003 voor het eerst hoger dan 400.000. Deze trend wordt bevestigd door voorlopige cijfers voor 2012. De topbestemmingslanden zijn de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland. Voornamelijk vanwege de 'Arabische lente' was Italië in 2011 het vierde grootste ontvangende land.
  • Veel overheden hebben striktere regels toegepast op werving uit het buitenland, ter bescherming van hun eigen arbeidsbevolking, vanwege de toenemende werkloosheid. De landen hebben echter ook maatregelen getroffen om de situatie te verbeteren van buitenlandse arbeidskrachten die hun baan zijn verloren, voornamelijk door ze te laten blijven zodat ze werk kunnen zoeken. Steeds meer landen gebruiken systemen die op punten zijn gebaseerd, omdat dit flexibiliteit biedt bij de selectie van hoogopgeleide kandidaten. Ook programma's voor het aantrekken van beleggers en zakenmensen krijgen aandacht.
  • De situatie van migranten op de arbeidsmarkt is de afgelopen jaren verslechterd, niet alleen qua tewerkstellingsniveau, maar ook vergeleken met de autochtonen. Van 2008 tot 2012 is het aantal werklozen onder allochtone werknemers in de OESO gemiddeld vijf procent gestegen, vergeleken met 3 procent voor autochtonen. Langdurige werkloosheid onder migranten begint in veel OESO‑landen een ernstig probleem te worden. In 2012 heeft bijna één op de twee werkeloze migranten langer dan één jaar naar werk gezocht.
  • Net name geïmmigreerde jongeren en mensen met een laag opleidingsniveau zijn zwaar door de crisis geraakt, vrouwen en hoog opgeleide migranten minder. De impact was het gootst onder migranten uit Zuid‑Amerika en Noord‑Afrika. In 2012 was een recordaantal van 26,6% van de migranten uit Noord‑Afrika in Europa werkloos.
  • De aandacht voor het integratiebeleid en de publieke middelen die eraan worden besteed, variëren sterk in de verschillende landen, ondanks de gemeenschappelijke noodzaak om migranten in de arbeidsmarkt te integreren teneinde mogelijke problemen op de lange termijn te vermijden, zoals onder jonge migranten en autochtone kinderen van immigranten. Sommige landen steken onverminderd veel overheidsgeld in integratie‑initiatieven, terwijl andere de geldkraan nagenoeg hebben dichtgedraaid vanwege de economische recessie en fiscale beperkingen.

De fiscale gevolgen van immigratie

De vraag of immigranten een netto bijdrage aan de overheidsfinanciën leveren of er netto van profiteren, wordt vaak besproken. Schattingen wijzen op een betrekkelijk kleine impact, gewoonlijk niet meer dan 0,5% van het BNP, zowel positief als negatief. Immigranten zorgen gewoonlijk voor een minder positieve netto fiscale positie vergeleken met autochtonen, voornamelijk omdat ze minder belastingen en sociale bijdragen betalen, niet omdat ze meer financiële bijstand krijgen.

Het leeftijdprofiel van immigranten is een belangrijke factor om de verschillen van de netto fiscale posities van immigranten in verschillende landen uit te leggen. De leeftijd bij aankomst is de belangrijkste factor voor het vaststellen van de waarde van de toekomstige netto directe fiscale bijdragen van immigranten. Desondanks speelt leeftijd in de meeste migratiesystemen voor de selectie van arbeidsmigranten slechts een relatief kleine rol vergeleken met andere factoren, zoals werkervaring, talenkennis en opleidingsniveau. Over het algemeen is de variatie van de fiscale positie van migranten vergeleken met die van autochtonen in de verschillende landen te verklaren door de verschillen in samenstelling van de migrantenbevolking op basis van migratiecategorie (arbeid, gezin, humanitair).

Tewerkstelling is de allerbelangrijkste factor voor de vaststelling van de netto fiscale bijdrage van allochtonen, met name in gulle welvaartstaten. Als de allochtonen even goed tewerkgesteld worden als autochtonen, dan heeft dat aanzienlijke fiscale voordelen voor veel Europese OESO‑landen.

Discriminatie van immigranten

Discriminatie van migranten en hun kinderen op de arbeidsmarkt en in de maatschappij is vaak schadelijk voor de sociale cohesie en maakt het minder aantrekkelijk om in onderwijs te investeren. Ook dit kan voor het gastland een economisch verlies betekenen. Het is moeilijk om discriminatie te meten, maar onderzoek heeft uitgewezen dat het niet ongebruikelijk is dat immigranten en hun kinderen tweemaal zoveel sollicitatiebrieven moeten versturen dan mensen zonder een migratie‑achtergrond met equivalente cv's. In feite heeft discriminatie het grootste effect op het wervingsproces, ook al heeft het vaak ook gevolgen voor de latere loopbaanontwikkeling en salarissen.

In de meeste OESO‑landen zijn maatregelen ingesteld om discriminatie tegen te gaan, ook al zijn de variaties daarin groot. De meeste maatregelen zijn wettelijk van aard. Een aantal OESO‑landen heeft ook beleidsbepalingen ingesteld gericht op 'positieve actie' op basis van doelstellingen en quota's, evenals initiatieven zoals anonieme cv's. Bewijs suggereert dat deze maatregelen, indien goed ontworpen, een effectief middel zijn tegen discriminatie. In verschillende OESO‑landen zijn ook proefinitiatieven gestart, gericht op diversiteit. Het is moeilijk om de effectiviteit ervan te beoordelen, omdat werkgevers die aan deze initiatieven deelnemen gewoonlijk het meest in diversiteit zijn geïnteresseerd. Bewustzijnscampagnes lijken erg belangrijk om negatieve stereotypering tegen te gaan, wat een van de belangrijkste oorzaken van discriminerend gedrag is.

Belangrijkste bevindingen

  • Van 2001 tot 2011 vertegenwoordigde immigratie 40% van de totale bevolkingsgroei in de OESO‑zone.
  • In 2011 steeg de permanente immigratie naar OESO‑landen met 2%. Voorlopige cijfers voor 2012 wijzen op een gelijkaardige toename.
  • De immigratie binnen de context van vrije beweging in Europa is na een terugval van nagenoeg 40% tijdens de crisis (2007‑2010) in 2011 weer tot 15% gestegen.
  • In Europa wordt minder dan één op de twee immigranten vanuit het buitenland geworven.
  • Het aantal internationale studenten neemt voortdurend toe en heeft in 2010 de 2,6 miljoen overschreden.
  • Het aandeel van Aziatische migranten in de migratiestromen naar OESO‑landen blijft toenemen en was in 2011 gestegen tot 36%. Hierdoor staat Azië vlak onder Europa als werelddeel van origine.
  • Het aantal asielzoekers in OESO‑landen is in 2011 met meer dan 20% en in 2012 met 7% gestegen.
  • Tien nieuwe landen hebben de Blauwe Kaart Richtlijn van de Europese Unie in 2012 tot wet uitgeroepen; alle landen die de richtlijn hebben ondertekend, geven de kaart nu uit.
  • In 2011 en 2012 hebben zeven OESO‑landen hun systeem gewijzigd om hun arbeidsmarkten aantrekkelijker te maken voor internationale, afgestudeerde studenten.
  • In OESO‑landen hebben allochtonen gemiddeld meer te lijden gehad van een stijging van de werkloosheid dan autochtonen: van 2008 tot 2012 steeg dit percentage voor allochtonen van 8,1% naar 12,9% en voor autochtonen van 5,4% naar 8,7%.
  • Van 2008 tot 2012 in OESO‑landen is van alle werkloze immigranten het percentage dat langer dan een jaar werkloos is geweest van 31% naar 44% gestegen.

© OECD

Deze samenvatting is geen officiële OESO-vertaling.

Reproductie van deze samenvatting is toegestaan, mits het OESO-copyright en de titel van de oorspronkelijke publicatie worden vermeld.

Meertalige samenvattingen zijn vertaalde uittreksels van OESO-publicaties die oorspronkelijk in het Engels en Frans zijn gepubliceerd.

Deze zijn gratis te verkrijgen via de Online Bookshop van de OESO www.oecd.org/bookshop

Neem voor meer informatie contact op met de eenheid OECD Rights and Translation, Public Affairs and Communications Directorate op, [email protected] of per fax: +33 (0)1 45 24 99 30.

OECD Rights and Translation unit (PAC)
2 rue André-Pascal, 75116
Paris, France

Bezoek onze website www.oecd.org/rights

OECD

Read the complete English version on OECD iLibrary!

© OECD (2013), International Migration Outlook 2013, OECD Publishing.
doi: 10.1787/migr_outlook-2013-en

This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error