1887

OECD Multilingual Summaries

OECD-FAO Agricultural Outlook 2015

Summary in Dutch

Cover
Read the full book on:
10.1787/agr_outlook-2015-en

OESO‑FAO Landbouwvooruitzichten 2015

Samenvatting in het Nederlands

De prijzen van gewassen en veeteeltproducten hebben in 2014 verschillende trends vertoond. Bij de gewassen heeft twee jaar met goede oogsten de prijzen van granen en oliezaden opnieuw onder druk gezet. Minder aanbod als gevolg van het wederopbouwen van kuddes en ziektes veroorzaakte hogere vleesprijzen, terwijl de prijzen van zuivelproducten sterk daalde vergeleken met de historische recordprijzen. In 2015 worden verdere aanpassingen door kortetermijnfactoren verwacht, voordat de mediumtermijngevolgen van vraag en aanbod de markt gaan bepalen.

In reële termen wordt verwacht dat de prijzen van alle landbouwproducten de komende tien jaar zullen dalen. De reden hiervoor is dat de productie zal toenemen, geholpen door de verwachte productiviteitstoename en de goedkopere productiemiddelen. Dit gebeurt sneller dan de afname van de vraagtoename. Ook al is dit consistent met de seculaire afnametrend op de lange termijn, toch zullen de prijzen naar verwachting op een hoger niveau blijven vergeleken met de jaren voorafgaand aan de prijsverhoging van 2007‑2008. De vraag per hoofd van de bevolking blijft gedempt aangezien de consumptie van stapelgoederen in veel opkomende landen verzadigd begint te raken en de wereldwijde economie zich slechts langzaam van de crisis herstelt.

De grote veranderingen in de vraag doen zich voor in de ontwikkelende landen, aangezien de (vertragende) bevolkingsgroei, de toename van het inkomen per hoofd en de verstedelijking allemaal voor een toename van de vraag naar voedingsmiddelen zorgen. De toenemende inkomens zetten consumenten ertoe aan hun voedingspatroon te wijzigen door meer dierlijke eiwitten te consumeren vergeleken met zetmeel. Daarom zal de prijs van vlees en zuivelproducten naar verwachting hoog blijven vergeleken met de prijs van gewassen. Bij de gewassen verwachten we een stijging van de prijzen van voedergranen en oliezaden die als veevoer worden gebruikt, vergeleken met de prijs van stapelgoederen. Deze structurele trends worden in sommige gevallen gecompenseerd door specifieke factoren, zoals een platte vraag naar op maïs gebaseerde ethanol.

Lagere olieprijzen zijn een bron van neerwaartse prijsdruk, voornamelijk vanwege het effect op energie‑ en kunstmestprijzen. Gezien de voorspelde lagere olieprijzen zal bovendien de de productie van de eerste generatie biobrandstoffen over het algemeen niet winstgevend zijn, als er geen mandaten of andere incentives worden ingevoerd. De beleidsbepalingen in de Verenigde Staten of de Europese Unie zullen naar verwachting niet tot een aanzienlijke toename van de productie van biobrandstoffen leiden. Anderzijds wordt een toename van de productie van op suiker gebaseerde ethanol in Brazilië verwacht als gevolg van de toename van de verplichte mengverhouding in benzine en de voorziening van belastingvoordelen, terwijl de productie van biodiesel in Indonesië actief wordt gestimuleerd.

In Azië, Europa en Noord‑Amerika wordt de extra landbouwproductie nagenoeg exclusief aangedreven door opbrengstverbeteringen, terwijl voor Zuid‑Amerika niet alleen opbrengstverbeteringen maar ook een toename van de hoeveelheid landbouwgrond wordt verwacht. In Afrika wordt een matige productietoename verwacht, ook al zouden de opbrengst en de productie aanzienlijk verhoogd kunnen worden door meer investeringen.

De export van landbouwgoederen zal zich naar verwachting in minder landen concentreren, terwijl de geïmporteerde producten over een groot aantal landen worden verspreid. Het belang van relatief weinig landen voor de levering van enkele belangrijke goederen op de wereldmarkt verhoogt de marktrisico's, zoals de risico's die gepaard gaan met natuurlijke rampen of de toepassing van verstorende handelsmaatregelen. Over het algemeen zal de handel naar verwachting minder snel toenemen dan in de afgelopen tien jaar, maar zal stabiel blijven gezien de wereldwijde productie en consumptie.

De huidige basislijn is een weerspiegeling van fundamentele vraag‑ en aanbodvoorwaarden op de wereldwijde landbouwmarkten. De vooruitzichten vertonen echter ook diverse onzekerheden, waarvan sommige op basis van een stochastische analyse worden onderzocht. Als de historische variaties van de opbrengsten, olieprijzen en economische groei naar de toekomst worden geprojecteerd, dan bestaat er een grote kans van minstens één ernstige schok voor de internationale markten binnen de komende tien jaar.

Aandachtspunten

  • Granen: De grote voorraden en de afnemende productiekosten zorgen op de korte termijn voor nog lagere graanprijzen, terwijl de duurzame vraag en toenemende productiekosten op de medium termijn voor een toename van de nominale prijzen zouden moeten zorgen.
  • Oliezaden: De sterke vraag naar eiwitmeel is de aanzet voor een verdere uitbreiding van de oliezaadproductie. Dit zal resulteren in een grote bijdrage van de meelcomponent aan het algemene oliezaad‑rendement. Dit zal voor een verdere uitbreiding van de sojaboonproductie zorgen, met name in Brazilië.
  • Suiker: De toenemende vraag naar suiker in opkomende landen moet ervoor zorgen dat de prijzen zich van hun lage niveau zullen herstellen, wat voor meer investeringen in deze sector zal zorgen. De markt hangt af van de rentabiliteit van suiker vergeleken met ethanol in Brazilië, de grootste producent, en zal volatiel blijven als gevolg van de suikerproductiecyclus in sommige belangrijke suikerproducerende landen in Azië.
  • Vlees: De output zal naar verwachting reageren op een verbetering van de marges, met lagere prijzen voor voedergraan, zodat de rentabiliteit weer zal toenemen in deze sector die de afgelopen tien jaar werd gekenmerkt door bijzonder hoge en fluctuerende voederkosten.
  • Visvangst: De wereldwijde visproductie zal naar verwachting tegen 2024 nagenoeg 20% zijn gegroeid. Aquacultuur zal in 2023 naar verwachting groter zijn dan de totale visvangstindustrie.
  • Zuivel: De export van zuivelproducten zal zich naar verwachting verder concentreren op de vier voornaamste herkomstregio's: Nieuw‑Zeeland, de Europese Unie, de Verenigde Staten en Australië, waar de kans op binnenlandse groei van de vraag beperkt is.
  • Katoen: De prijzen zullen op de korte termijn laag blijven vanwege de grote voorraden in China, maar zullen zich daarna herstellen en relatief stabiel blijven gedurende de rest van de vooruitzichtperiode. Tegen 2024 zullen de reële en nominale prijzen naar verwachting lager zijn dan het niveau dat in 2012‑2014 werd bereikt.
  • Biobrandstoffen: Het gebruik van ethanol en biodiesel zal de komende tien jaar naar verwachting langzamer toenemen. Het productieniveau is naar verwachting afhankelijk van de beleidsbepalingen in grote producerende landen. Bij lagere olieprijzen blijft de handel in biobrandstoffen als aandeel van de wereldwijde productie kleinschalig.

Brazilië

Dit jaar wordt in de vooruitzichten speciale aandacht aandacht besteed aan Brazilië. Dit land is een van de tien grootste economieën ter wereld en is de één na grootste wereldwijde leverancier van voedingsmiddelen en landbouwproducten. Brazilië wordt de voornaamste leverancier die zal voldoen aan de extra wereldwijde vraag die voornamelijk uit Azië afkomstig zal zijn.

De toename van het aanbod wordt naar verwachting aangestuurd door de voortgaande productiviteitsverbeteringen, met hogere gewasopbrengsten, enige conversie van veegrond naar landbouwgrond en een meer intensieve veeteelt. De structurele hervormingen en een heroriëntatie van de ondersteuning richting investeringen gericht op productiviteitsverbeteringen, zoals infrastructuur, kan deze mogelijkheden stimuleren. Dat geldt ook voor handelsovereenkomsten die de toegang tot buitenlandse markten verbeteren.

Brazilië heeft grote stappen gezet bij het elimineren van honger en het reduceren van de armoede. De vooruitzichten voor een verdere afname van de armoede door de ontwikkeling van de landbouw zetten zich voort, niet alleen voor voedingsmiddelen, maar ook voor producten met een hogere waarde, zoals koffie, tuinbouw en tropische vruchten. De benutting van deze kansen vraagt om nog beter gerichte beleidsbepalingen voor de ontwikkeling van de landbouw.

De landbouw in Brazilië kan duurzaam groeien. Aangezien het extra aanbod eerder gerealiseerd wordt door productiviteitsverhogingen dan door een toename van de landbouwoppervlakte, zal de druk op de natuurlijke hulpmiddelen naar verwachting worden verlicht door milieubeschermingsinitiatieven, zoals ondersteuning van duurzame teeltwijzen, de conversie van natuurlijk en aangetast bouwland tot grasland en de integratie van gewas‑ en veeteeltsystemen.

© OECD

Deze samenvatting is geen officiële OESO-vertaling.

Reproductie van deze samenvatting is toegestaan, mits het OESO-copyright en de titel van de oorspronkelijke publicatie worden vermeld.

Meertalige samenvattingen zijn vertaalde uittreksels van OESO-publicaties die oorspronkelijk in het Engels en Frans zijn gepubliceerd.

Deze zijn gratis te verkrijgen via de Online Bookshop van de OESO www.oecd.org/bookshop

Neem voor meer informatie contact op met de eenheid OECD Rights and Translation, Public Affairs and Communications Directorate op, [email protected] of per fax: +33 (0)1 45 24 99 30.

OECD Rights and Translation unit (PAC)
2 rue André-Pascal, 75116
Paris, France

Bezoek onze website www.oecd.org/rights

OECD

Read the complete English version on OECD iLibrary!

© OECD/FAO (2015), OECD-FAO Agricultural Outlook 2015, OECD Publishing.
doi: 10.1787/agr_outlook-2015-en

This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error