OECD Multilingual Summaries

OECD Communications Outlook 2013

Summary in Dutch

Cover
Read the full book on:
10.1787/comms_outlook-2013-en

OESO Communicatievooruitzichten 2013

Samenvatting in het Nederlands

Belangrijkste bevindingen

In 2011 waren er 2066 miljoen communicatietoegangspaden in de OESO, ofwel 166 abonnementen per 100 bewoners. Mobiele abonnementen vertegenwoordigden 65,4% van deze paden, vergeleken met 64% in 2009, en het aantal traditionele vaste telefonie‑abonnementen nam verder af. Het aantal abonnementen voor glasvezel‑breedband is van 2009 tot 2011 met 16,1% per jaar toegenomen. Het gemiddelde abonnementspercentage van mobiele internettoegang in OESO‑landen in zijn geheel is was in juni 2012 gestegen tot 56,6%, vergeleken met slechts 23,1% in 2009.

De prijzen voor vaste telefonie, en verrassender nog, voor mobiele spraakservices zijn van 2010 tot 2012 gedaald. Dit wijst op een aanzienlijke afname voor alle consumptiepatronen, met uitzondering van vaste bedrijfsservices.

Een draadloos breedbandpakket voor laptops (binnen het bereik van 500 MB per maand) kosten gemiddeld US$ 13,04 in de OESO‑landen wat koopkrachtpariteit betreft, ook al kost het in sommige landen US$ 30. Gemiddeld kost een 10 GB‑pakket US$ 37,15. Een tabletpakket van 250 MB kost gemiddeld US$ 11,02 per maand. Een 5 GB‑pakket voor tablets kost gemiddeld US$ 24.74, maar varieerde van US$ 7,98 (Finland) tot US$ 61,84 (Nieuw‑Zeeland).

Eerder gescheiden communicatieservices beginnen zich snel samen te voegen, terwijl de digitalisatie en de uitrol van vaste en draadloze infrastructuren de beschikbare bandbreedte voor alle soorten communicatiediensten vergroten. Internetvoorbeelden zijn de snelle acceptatie van de 'Long Term Evolution' (LTE of 4G)‑norm voor mobiele netwerken op basis van 'Internet Protocol (IP)‑only' architectuur en het gebruik van 'Voice over LTE' (VoLTE) als applicatie, maar denk ook aan op IP‑gebaseerde video‑on‑demand en live‑streaming televisieservices door kabelondernemingen, satelliet providers, openbare zenders en in de cloud‑gebaseerde en overige 'over the top' (OTT) providers.

De telecommunicatie‑inkomsten waren in 2009 duidelijk gedaald, maar ze hebben zich in 2010 gestabiliseerd en zijn in 2011 weer gestegen. Dit kan worden verklaard door de kracht van de mobiele communicatiemarkten en vooral de snelle penetratie van smartphones in deze tijdsperiode. Veruit het meeste verkeer van smartphones of tablets loopt via de wifi van vaste netwerken, in plaats van via celnetwerken. Vaste netwerken zijn de backhaul geworden van mobiele en draadloze services en volgens sommige onderzoeken wordt 80% van de data die op mobiele apparaten wordt gebruikt, via de wifi‑aansluitingen van vaste netwerken ontvangen.

De aan dataservices gerelateerde inkomsten groeien in de meeste OESO‑landen met dubbele cijfers en het vervoer van data is nu het grootste groeitraject van netwerkoperators. Er bestaan aanzienlijke kansen voor nieuwe services, zoals mobiele betalingen, maar in feite gaat dit om datavervoer samen met partners, zoals de kredietmaatschappijen. Traditionele services, zoals telefonie en SMS, zullen naar verwachting als aandeel van de inkomsten niet veel verder groeien.

Het succes van het mobiele ecosysteem is te danken aan de aanwezigheid van voldoende concurrentie bij de provisie van netwerkinfrastructuur en services. Deze concurrentie heeft ervoor gezorgd dat sommige operators hun toegang met veel meer succes aan klanten hebben opengesteld dan ooit mogelijk zou zijn geweest als de overheid regels had opgelegd.

Het internet groeit nog steeds snel, maar de relatieve groei is voor bepaalde categorieën afgenomen vergeleken met vorige periodes, zoals verwacht kan worden gezien de intensieve uitbreiding van deze technologie. Het internet is samen met analoge audio‑uitzendingen de voornaamste distributiemethode voor audio‑content geworden. De overstap op digitale televisie is in de OESO‑regio nagenoeg afgerond. In veel landen bieden zenders hun content live of via inhaaltelevisie op internet aan. Services voor video‑on‑demand abonnementen nemen snel aan populariteit toe.

Nieuwe problematiek

Beleidsmakers en regulatoren moeten voor voldoende concurrentie zorgen. Er moet voldoende aanbod zijn, evenals een ruime hoeveelheid IP‑adressen of andere nummerresources voor nieuwe abonnees en er moet eerlijke concurrentie bestaan tussen operators en OTT‑providers.

De markten moeten open blijven voor OTT‑ en op faciliteiten gebaseerde providers, omdat dit van essentieel belang is voor de innovatie van breedband‑infrastructuren en voor de aanpak van de grote sectoruitdagingen en de bredere economische en sociale problematiek.

Een steeds groter aantal industrieleiders zegt dat de hoge prijzen voor internationale mobiele roamingdiensten slecht zijn voor hun relaties met klanten. Ook vormen deze prijzen een grote reis‑ en handelsbarrière in de OESO‑landen. De Raad voor internationale roamingdiensten heeft de OESO in februari 2012 aangeraden de barrières te evalueren en te verwijderen die toegang tot lokale mobiele groothandelsdiensten door mobiele virtuele netwerkoperators verhinderen voor de levering van roamingdiensten.

Gezien het beperkte spectrum en de toenemende vraag naar datadiensten, zullen mobiele netwerken proberen meer verkeer via vaste netwerken te laten verlopen. Beleidsmakers en regulators moeten voor voldoende aanbod zorgen, zodat er voldoende backhaul voor draadloze netwerken bestaat, vooral als er onvoldoende concurrentie is bij vaste toegangsnetwerken. Ook al bestaat er discussie over de tijdschaal voor glasvezel‑naar‑woningen, iedereen is het erover eens dat de netwerkoperators deze technologie steeds dichter bij woningen en eindgebruikers zullen brengen. De uitdaging voor regulators is dat, ongeacht de gebruikte technologie, veel OESO‑landen waarschijnlijk te maken zullen krijgen met monopolies of dupolies voor vaste netwerken. Draadloze netwerken kunnen voor concurrentie zorgen, maar de spectrumbeschikbaarheid zal altijd voor beperkingen zorgen die bij glasvezel niet bestaan.

Sinds de Communicatievooruitzichten van 2011 heeft het Asia Pacific Network Information Centre geen Internet Protocol versie 4 (IPv4)‑adressen meer voor normaal gebruik en dit geldt ook voor het Réseaux IP Europeéns Network Coordination Centre. In Afrika, Noord‑ en Zuid‑Amerika zal de toegewezen adresruimte binnenkort ook opgebruikt worden. De opvolger van IPv4, IPv6, maakt het nagenoeg onbeperkte aantal van 2128 adressen mogelijk, maar is nog niet in voldoende mate beschikbaar. Ook al is meer dan de helft van bedrade internetapparatuur geschikt voor IPv6, toch is slechts 1% van deze apparatuur op een IPv6‑service aangesloten.

Sommige sectorheffingen of tarieven voor specifieke doeleinden zijn te rechtvaardigen, zoals voor financiering van de sectorregulator of universele servicedoelstellingen, toch zijn extra belastingheffingen in de telecommunicatiesector schadelijk, zowel voor consumenten als voor de sector zelf.

© OECD

Deze samenvatting is geen officiële OESO-vertaling.

Reproductie van deze samenvatting is toegestaan, mits het OESO-copyright en de titel van de oorspronkelijke publicatie worden vermeld.

Meertalige samenvattingen zijn vertaalde uittreksels van OESO-publicaties die oorspronkelijk in het Engels en Frans zijn gepubliceerd.

Deze zijn gratis te verkrijgen via de Online Bookshop van de OESO www.oecd.org/bookshop

Neem voor meer informatie contact op met de eenheid OECD Rights and Translation, Public Affairs and Communications Directorate op, [email protected] of per fax: +33 (0)1 45 24 99 30.

OECD Rights and Translation unit (PAC)
2 rue André-Pascal, 75116
Paris, France

Bezoek onze website www.oecd.org/rights

OECD

Read the complete English version on OECD iLibrary!

© OECD (2013), , OECD Publishing.
doi: 10.1787/comms_outlook-2013-en

 



Visit the OECD web site