OECD Multilingual Summaries

In It Together: Why Less Inequality Benefits All

Summary in Dutch

Cover
Read the full book on:
10.1787/9789264235120-en

Samen staan we sterker: Waarom minder ongelijkheid goed is voor iedereen

Samenvatting in het Nederlands

De inkomensongelijkheid neemt zowel in goede als in slechte tijden toe

In de meeste landen is het verschil tussen rijk en arm momenteel in 30 jaar niet zo groot geweest. Tegenwoordig verdient de rijkste 10% van de bevolking in OESO‑landen 9,6 maal zoveel als de armste 10%. In de jaren 1980 was deze verhouding 7:1. Dit steeg in de jaren 1990 naar 8:1 en in de jaren 2000 naar 9:1. In diverse opkomende landen, met name in Zuid‑Amerika, is de inkomensongelijkheid afgenomen, maar het inkomensverschil blijft over het algemeen groter dan in de OESO‑landen. Tijdens de crisis bleef de inkomensongelijkheid toenemen, voornamelijk vanwege de stijgende werkeloosheid; de herverdeling via belastingen en uitkeringen heeft deze ongelijkheid slechts deels gecompenseerd. In het onderste deel van de inkomensverdeling zijn de reëel beschikbare inkomens per huishouden sterk afgenomen in de landen die het hardste door de crisis zijn geraakt.

De recente discussies over ongelijkheid hebben zich voornamelijk gericht op de mensen die het meeste verdienen en dan vooral op de 'top 1%'. Er wordt veel minder gesproken over de relatieve verslechtering van de situatie van mensen die weinig verdienen en minder draagkrachtige gezinnen ‑ en dan niet alleen de onderste 10%, maar de onderste 40%. Dit rapport is voornamelijk gericht op deze gezinnen: op enkele factoren die de economische positie van deze gezinnen heeft verzwakt en op de beleidsbepalingen waarmee deze toenemende ongelijkheid kan worden aangepakt.

Meer ongelijkheid remt de economische groei en schaadt economische kansen

De groeiende ongelijkheid heeft niet alleen gevolgen voor de sociale cohesie, maar is ook schadelijk voor de economische groei op de lange termijn. De toename van de inkomensongelijkheid tussen 1985 en 2005 heeft bijv. naar schatting 4,7 procent cumulatieve groei tussen 1990 en 2010 gekost, en dit is het gemiddelde voor alle OESO‑landen waarvoor deze lange‑termijn‑gegevens beschikbaar zijn. De belangrijkste reden hiervoor is het steeds grotere verschil tussen minder draagkrachtige gezinnen (de onderste 40% van de distributie) en de rest van de bevolking.

Eén van de belangrijkste overbruggingsmechanismen tussen ongelijkheid en groei is investering in menselijk kapitaal. Er zal altijd wel een verschil bestaan tussen de onderwijsresultaten van mensen met verschillende socio‑economische achtergronden, maar dit verschil wordt groter in landen met een grote ongelijkheid, omdat kansarme huishoudens het moeilijk vinden om toegang te verkrijgen tot goed onderwijs. Dit betekent dat er veel potentieel verloren gaat en de sociale mobiliteit afneemt.

De toename van atypisch werk kan arbeidskansen creëren, maar draagt ook bij aan een grotere ongelijkheid

Tijdelijk, parttime en ZZP‑werk vormt ongeveer een derde van de gehele werkgelegenheid in OESO‑landen. Sinds medio jaren 1990 bestaat ruim de helft van alle nieuwe banen uit atypisch werk. Veel atypische werkers staan er echter slechter voor qua arbeidskwaliteit, zoals inkomen, baanzekerheid en toegang tot training. Vooral laaggeschoolde, tijdelijke werkkrachten hebben te kampen met lage lonen, instabiele inkomsten en minder snelle salarisverhogingen.

Gezinnen die sterk afhankelijk zijn van inkomsten uit atypisch werk vertonen een veel grotere inkomstenarmoede (gemiddeld 22%). De toename van dergelijke gezinnen in de OESO‑landen heeft bijgedragen tot meer algemene ongelijkheid.

Atypisch werk kan een springplank zijn naar meer stabiel werk, maar dit hangt af van het soort werk, de kenmerken van de werkers en de instellingen op de arbeidsmarkt. In veel landen hebben jongere werkers, vooral werkers met een tijdelijk arbeidscontract, veel minder kans om een meer stabiele loopbaan te beginnen.

Meer werkende vrouwen voor minder ongelijkheid

Vrouwen hebben duidelijk vooruitgang geboekt en het verschil in deelname, salaris en loopbanen is kleiner geworden. Dit heeft de toenemende ongelijkheid afgeremd. Maar nog steeds doen vrouwen 16% minder vaak betaald werk, en verdienen vrouwen ca. 15% minder dan mannen. Als het percentage gezinnen met werkende vrouwen hetzelfde zou zijn als 20 tot 25 jaar geleden, dan zou de inkomensongelijkheid gemiddeld met bijna 1 Gini‑punt meer zijn toegenomen. Het effect van een grotere deelname van vrouwen die voltijds werken en de hogere relatieve inkomsten van vrouwen hebben ook weer geresulteerd in een rem van 1 punt.

Sterke welvaartsconcentratie beperkt investeringskansen

De welvaart is veel sterker geconcentreerd dan inkomens. Gemiddeld bezitten de 10% rijkste gezinnen de helft van de totale welvaart. De daaropvolgende 50% bezit nagenoeg de andere helft, terwijl de 40% minst rijken iets meer dan 3% van de totale welvaart bezit. Tegelijkertijd reduceren hoge schuldniveaus en/of minder middelen het vermogen van de lagere middenklassen om in menselijk kapitaal of andere activa te investeren. Een hoge welvaartsconcentratie kan de potentiële groei afzwakken.

Beleidsbepalingen om een grote ongelijkheid aan te pakken en kansen voor iedereen te stimuleren

Beleidsvormers beschikken over verschillende instrumenten om de toenemende ongelijkheid aan te pakken en kansen voor iedereen te creëren. Voor succesvolle beleidspakketten zijn een sterk vertrouwen in instellingen en een effectieve sociale dialoog van essentieel belang. Voor afremming van de toename van het verschil tussen rijk en arm en stimulatie van kansen voor iedereen moeten vier factoren worden aangepakt:

  • De deelname van vrouwen aan het economische leven: overheden dienen beleidsbepalingen in te stellen waarmee de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt wordt geëlimineerd en er geen obstakels meer bestaan voor de tewerkstelling en loopbaanontwikkeling van vrouwen. Dit omvat maatregelen om het potentieel van vrouwen met een laag inkomen te vergroten en om het glazen plafond te doorbreken.
  • Stimulatie van de tewerkstelling en banen van goede kwaliteit: de beleidsbepalingen moeten toegang tot banen mogelijk maken alsook de integratie op de arbeidsmarkt. De aandacht moet uitgaan naar beleidsbepalingen om het aantal banen en de kwaliteit van de banen te vergroten. Hierbij moeten banen een loopbaan en investeringskansen bieden. Het moeten banen met perspectief zijn. Het aanpakken van de segmentatie van de arbeidsmarkt is een belangrijk aspect van de verbetering van de kwaliteit van banen en het reduceren van de ongelijkheid.
  • Vaardigheden en onderwijs: Aandacht voor de eerste jaren en voor de behoeften van gezinnen met schoolgaande kinderen is van cruciaal belang om de socio‑economische onderwijsverschillen aan te pakken. Er moet meer gedaan worden om jonge mensen te voorzien van de vaardigheden die ze nodig hebben voor een goede start op de arbeidsmarkt. Gezien het feit dat de economie zich snel ontwikkelt, moet er meer worden gedaan aan de stimulering van een continue verbetering van de vaardigheden tijdens het arbeidsleven, in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en de vakbonden.
  • Belastingen en uitkeringen voor een efficiënte herverdeling: Een goed ontworpen herverdeling via belastingen en uitkeringen is een krachtig instrument voor meer gelijkheid en meer groei De afgelopen decennia is de herverdeling in veel landen minder effectief geworden, aangezien de uitkeringen voor de bevolking van werkende leeftijd de toename van de echte lonen niet hebben bijgehouden en de belastingen minder progressief zijn geworden. De beleidsbepalingen moeten garanderen dat niet alleen rijkere individuen, maar ook multinationale ondernemingen hun aandeel van de benodigde belastingen betalen. De grote en niet‑aflatende teruggang van groepen met lage inkomsten vereist goed ontworpen beleidsbepalingen voor inkomensondersteuning en anti‑cyclische sociale uitgaven.

© OECD

Deze samenvatting is geen officiële OESO-vertaling.

Reproductie van deze samenvatting is toegestaan, mits het OESO-copyright en de titel van de oorspronkelijke publicatie worden vermeld.

Meertalige samenvattingen zijn vertaalde uittreksels van OESO-publicaties die oorspronkelijk in het Engels en Frans zijn gepubliceerd.

Deze zijn gratis te verkrijgen via de Online Bookshop van de OESO www.oecd.org/bookshop

Neem voor meer informatie contact op met de eenheid OECD Rights and Translation, Public Affairs and Communications Directorate op, [email protected] of per fax: +33 (0)1 45 24 99 30.

OECD Rights and Translation unit (PAC)
2 rue André-Pascal, 75116
Paris, France

Bezoek onze website www.oecd.org/rights

OECD

Read the complete English version on OECD iLibrary!

© OECD (2015), In It Together: Why Less Inequality Benefits All, OECD Publishing.
doi: 10.1787/9789264235120-en

 



Visit the OECD web site