OECD Multilingual Summaries

OECD Internet Economy Outlook 2012

Summary in Dutch

Cover
Read the full book on:
10.1787/9789264086463-en

Vooruitzichten voor de OESO‑interneteconomie 2012

Samenvatting in het Nederlands

  • Het internet begon als een manier om verschillende computers via het telefoonnetwerk aan elkaar te verbinden. Tegenwoordig verbindt het internet miljarden gebruikers overal ter wereld via draagbare of aangesloten apparaten, waar ze zich ook maar bevinden.
  • Mensen die geen toegang hebben tot water, elektriciteit of andere diensten hebben vaak wel toegang tot het internet via hun mobiele telefoon.
  • Het internet is een aparte sector die miljarden waard is, maar is ook een zeer belangrijk onderdeel van de benodigde infrastructuur voor een groot deel van de wereldeconomie.
  • De Vooruitzichten voor de OESO‑interneteconomie biedt informatie over de evoluerende interneteconomie, en benadrukt trends in de OESO‑zone met speciale aandacht voor nieuwe beleidsbepalingen.

Snelle breedbandverspreiding

De combinatie van een groot netwerk, voldoende datavermogen, betaalbare apparaten en connectiviteitsopties in de meeste OESO‑markten heeft gezorgd voor de ontwikkeling van services en manieren waarop mensen het internet gebruiken.

Draadloze verbindingen zijn de belangrijkste bron van de recente internetuitbreiding, die in 2009 talkrijker waren dan vaste breedbandabonnementen. In december 2011 was het geschatte aantal draadloze breedbandaansluitingen (670 miljoen) in de OESO meer dan tweemaal zo groot als het aantal breedbandabonnementen (315 miljoen) en de snelheid waarmee nieuwe draadloze abonnementen worden afgesloten, blijft toenemen. Niet alleen is de snelheid van breedband verhoogd, ook is de prijs ervan gedaald. De geadverteerde snelheid van DSL en kabelbreedband is gedurende de periode van 2008‑2011 in de OESO‑landen respectievelijk met 32% en 31% toegenomen, terwijl de prijzen respectievelijk met 3% en 4% zijn gedaald.

De twee technologieën die van invloed zijn op de toekomst van connectiviteit zijn supersnelle glasvezelaansluitingen die worden gebruikt in dichter bevolkte gebieden en de nieuwe supersnelle draadloze aansluitingen. Tablet pc's en smartphones maken computers overbodig (het aantal mobiele telefoonabonnementen overal ter wereld is sinds 2005 verdubbeld en in niet‑OESO‑landen verdriedubbeld), terwijl cloud services en mobiel internet toegang tot informatie 'overal en altijd' mogelijk maken, wat de weg baant voor nieuwe diensten en toepassingen.

De ICT‑sector en de economische crisis

De uitbreiding van de mobiele internetconnectiviteit heeft de ICT‑sector tijdens de crisis geholpen, met voor de grootste bedrijven een jaarlijkse omzetstijging van 6% gedurende de tien jaren van 2000 tot 2011. ICT‑services doen het beter dan ICT‑productie, met in 2012 een outputgroei van 5‑10%. Ook heeft dit goede gevolgen gehad voor de werkgelegenheid in deze sector, aangezien de grootste bedrijven in 2011 meer dan 14 miljoen mensen overal ter wereld werk bieden, wat een stijging van 6% is vergeleken met 2010. Van alle grote ICT‑bedrijven hebben internetbedrijven het beste gepresteerd voor wat betreft inkomsten‑ en werkgelegenheidsgroei.

E‑commerce neemt een steeds groter aandeel van de totale bedrijfsinkomsten in beslag. Ook al is dit aandeel in veel landen nog steeds klein, toch vertoont deze sector een groei, evenals het aandeel van bedrijven die via internet kopen en verkopen.

De ICT‑sector is nog steeds aantrekkelijk voor verstrekkers van risicokapitaal, aangezien in de Verenigde Staten, de grootste markt ter wereld, in 2011 meer dan 50% van al het risicokapitaal in deze sector werd uitgegeven. Risicokapitaalsinvesteringen zijn nog nooit zo hoog geweest, met uitzondering van een uitzonderlijke piek in 2000 tijdens de 'dot‑com bubble'. Ook het R&D van ICT‑bedrijven blijft toenemen: in Korea en Finland vertegenwoordigt dit soort uitgaven 1,5% van het BNP.

Acceptatie en gebruik door bedrijven

Het internet is van invloed op nagenoeg alle sectoren van de economie. Dankzij het internet is moeilijk te vinden informatie online verkrijgbaar en worden hele marktsegmenten getransformeerd, zoals dat het geval is voor muziek, video, software, boeken en nieuws.

Bedrijven waren er vroeg bij om het internet te gaan gebruiken en hebben ervoor gezorgd dat er snel hogere internetsnelheden werden geboden. In 2003 had minder dan vier van de tien bedrijven toegang tot breedband in de EU15; in 2009 was dit negen van de tien. Eind 2011 hebben nagenoeg alle bedrijven in OESO‑landen een aansluiting op internet. In twee derde van alle OESO‑landen gebruikt meer dan 95% van alle bedrijven het internet, terwijl slechts een klein percentage van de kleinste bedrijfjes nog geen aansluiting heeft; in 2010 had slechts 5,7% van de kleine bedrijven (10‑49 medewerkers) in de EU25 geen internetaansluiting.

Op bedrijfsniveau heeft de herstructurering van bedrijfsmodellen op basis van het internet geleid tot meer efficiëntie en een snelle groei van nieuwe online ondernemingen. Er bestaan veel verbeteringskansen, omdat het internet veel vaker door bedrijven wordt gebruikt voor aankoop en bestelling van goederen en diensten dan voor de ontvangst van bestellingen, terwijl veel minder bedrijven goederen online verkoopt vergeleken met bedrijven die producten online bestellen. In 2010 gebruikte gemiddeld 35% van alle bedrijven met 10 werknemers of meer het internet voor aankopen en slechts 18% voor de verkoop van goederen en diensten.

Acceptatie en gebruik door huishoudens

Het internet verandert de manier waarop mensen leven. Het introduceert allerlei verschillende digitale producten en diensten, lagere prijzen, betere informatieverzameling, meer distributiekanalen, enzovoort. Ca 70% van alle OESO‑huishoudens heeft toegang tot breedband internet, met steeds hogere snelheden en tegen steeds lagere kosten. De verandering naar mobiele internetconnectiviteit verandert ook de manier waarop mensen omgaan met content en content consumeren, denk aan de snelle acceptatie van de sociale media.

Het internet is ook een cruciaal hulpmiddel geworden om beschikbare arbeidskrachten aan vacatures te koppelen: in 2010 heeft gemiddeld 17% van internetgebruikers gemeld dat ze het internet hebben gebruikt om een nieuwe baan te vinden.

Ondanks de recente connectiviteitsontwikkelingen, zijn er toch bepaalde bevolkingssegmenten die veel meer gebruikmaken van het internet (16 tot 24‑jarigen) dan andere (65‑plussers). Ook andere demografische kenmerken, zoals een lager inkomen en lagere onderwijsniveaus zorgen voor minder toegang tot internet.

Digital content

Het kan gezegd worden dat digital content de belangrijkste reden is voor de acceptatie van het internet door consumenten en de inkomsten die verband houden met digital content vertonen in alle sectoren een snel stijgende lijn. Reclame vertegenwoordigt de grootste onlinemarkt in absolute termen, gevolgd door computer‑ en videogames, online muziek, film en video. In 2010 hebben consumenten overal ter wereld het meest games gekocht, ter waarde van ca. 39% van alle digitale inkomsten. Volgens de International Federation of the Phonographic Industry (IFPI) zorgt digitale muziek overal ter wereld voor 29% van de inkomsten van platenmaatschappijen, ofwel meer dan vier maal het gecombineerde online inkomen van boeken, films en kranten, ondanks het feit dat deze andere sectoren over het algemeen veel groter zijn.

De afgelopen twee jaar is er een grote toename geweest van het aantal toestellen dat toegang heeft tot online digital content. De bronnen van deze digital content breiden zich ook uit, waarbij sociale netwerken en nieuwe video‑ en audioservices voor een groei van de ICT‑industrie zorgen en nieuwe zakelijke modellen creëren. De overschakeling op digitale technologie heeft bedrijven in steeds meer sectoren ertoe aangezet hun zakelijke modellen te wijzigen en zich aan te passen, om te kunnen overleven.

Elk jaar neemt het gebruik van bandbreedte toe, waarbij video‑ en entertainmentservices steeds meer beslag leggen op zowel vaste als mobiele platforms. Sandvine meldt dat real‑time entertainmenttoepassingen momenteel groter zijn dan peer‑to‑peer (P2P) als voornaamste drijvers van de netwerkcapaciteit in Noord‑Amerika met in 2012 58% van het piekverkeer en nagenoeg 65% van het piek‑downstreamverkeer. Alleen al Netflix, de streaming videoservice, heeft in dat jaar niet minder dan 32,9% van al het Amerikaanse downstreamverkeer voor zijn rekening genomen.

Toestellen zoals decoderkastjes en gameconsoles stimuleren deze verschuiving naar online entertainment. Cisco voorspelt dat het IP‑verkeer van 2010 tot 2015 zich zal verviervoudigen, met een jaarlijkse groei van 32%. Sandvine meldt ook dat het merendeel van het real‑time entertainmentverkeer (54,3%) opgeëist wordt door het streamen van video en audio en dat 15,6% van dit verkeer op mobiele toestellen en tablets thuis via wifi wordt bekeken.

ICT voor gezondheid

Het internet is van invloed op alle sectoren van de economie, maar ICT in de gezondheidszorg is met name veelbelovend. Het gebruik van ICT in de gezondheidszorg kan voor een betere kwaliteit zorgen, meer efficiëntie, lagere kosten en volledig nieuwe verzorgingsmodellen. OESO‑overheden hebben dit potentieel ingezien en nemen een steeds groter aandeel van de implementatiekosten op zich om te verzekeren dat deze potentiële voordelen worden gerealiseerd.

Een voorbeeld hiervan zijn de elektronische gezondheidsdossiers, die een tijdige toegang en betere overdracht van medische informatie in de gehele gezondheidssector mogelijk maken, zodat de verzorging van patiënten sneller en efficiënter verloopt. Gezondheidszorg op afstand wordt ook steeds vaker gezien als een belangrijk hulpmiddel voor een verbetering van de zorgverlening, vooral in landelijke en ver afgelegen gebieden, met vaak schaarse of onbestaande gezondheidshulpmiddelen en expertise.

Feit is echter dat veel ICT‑systemen in de gezondheidszorg niet met elkaar kunnen communiceren en dat de uitwisseling van gezondheidsinformatie nog steeds een ernstig probleem is. Elektronische medische gegevensuitwisseling buiten het ziekenhuis met andere leveranciers is ook nog niet tot stand gebracht, zelfs in landen waar elektronische gezondheidsdossiers met veel succes zijn geïntroduceerd. Een onverminderde inzet voor breedband, open standaarden en compatibiliteit is van essentieel belang voor een succesvolle ontwikkeling.

Beveiliging en privacy

De uiteindelijke rol van het internet in de economie zal ervan afhangen of gebruikers, bedrijven en overheden zich veilig voelen wanneer ze het netwerk gebruiken en op het netwerk vertrouwen voor hun cruciale applicaties en diensten. Malware‑, denial of service (DoS)‑aanvallen en andere incidenten die een inbreuk doen op de vertrouwelijkheid, integriteit of beschikbaarheid van informatiesystemen en netwerken komen steeds vaker voor. Als persoonlijke gegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt, hebben deze incidenten grote gevolgen voor de privacy. Daarom schenken overheden steeds meer aandacht aan cyberbeveiliging en aan bedreigingen van de gegevensprivacy.

Er bestaan onvoldoende gegevens over de rol die innovatie speelt bij de bescherming van de privacy, ofwel omdat R&D‑informatie moeilijk te vinden is, of omdat technologie gericht op een grotere privacy minder vaak gepatenteerd wordt. Statistieken over handelsmerken geven een veel beter idee over de rol van innovatie bij privacybescherming, maar het aantal handelsmerkaanvragen voor privacybeveiliging is zes maal kleiner dan het aantal aanvragen voor informatiebeveiliging. Dit wijst op een lager innovatieniveau voor technologieën en producten voor privacybeveiliging dan voor informatiebeveiliging.

Het grotere belang dat wordt gehecht aan informatie‑ en privacybeveiliging op organisatorisch, nationaal en internationaal niveau suggereert dat de vraag naar beveiligings‑ en privacyprofessionals zal toenemen. Dit betekent dat een gebrek aan de juiste vaardigheden mogelijk een belemmering vormt voor meer innovatie gericht op informatie‑ en privacybeveiliging.

Het internet van dingen

De internetontwikkeling wijst op een mogelijk grote uitbreiding naar voorwerpen die gewoonlijk niet in verband worden gebracht met communicatie. Stopcontacten, auto's en zelfs lampen worden tegenwoordig steeds vaker aan het internet verbonden, zodat er nieuwe functionaliteit aan kan worden toegevoegd. Gedurende deze nieuwe derde golf van internetconnectiviteit zullen naar verwachting tien tot honderd apparaten per gezin op internet worden aangesloten, en duizenden of mogelijk miljoenen apparaten per bedrijf.

Dit internet van dingen wordt door twee factoren gestimuleerd: de alomtegenwoordigheid van netwerken en de steeds lagere prijzen voor de communicatiemodules die worden gebruikt om apparaten aan te sluiten. Ericsson schat dat er in 2020 50 miljard mobiele draadloze toestellen aan het internet verbonden zullen zijn, en dat dit uiteindelijk de 500 miljard zal bereiken. Denk bijvoorbeeld aan een communicatietoestel in elke auto. Laten we zeggen dat zo'n toestel een productleven van tien jaar heeft, dan zijn er in 2020 ca. 700 miljoen 'machine‑naar‑machine' geactiveerde auto's. Als elk stopcontact in Noord‑Amerika op een 'smart grid' netwerk wordt aangesloten, dan resulteert dit al gauw in 10 miljard aansluitingen.

Naarmate economieën en maatschappijen steeds meer gebruik maken van toestellen die voortdurend met elkaar communiceren en informatie aan gebruikers leveren, worden er gegevens verwerkt en geleverd in de vorm van ontelbaar veel signalen van en naar allerlei verschillende apparaten en netwerken. Dit betekent dat mensen steeds meer informatie over hun omgeving ontvangen, maar dat er ook informatie over mensen aan derden wordt geleverd. Dit betekent dus dat privacyoverwegingen aan belang toenemen.

De interneteconomie meten

Overheden besluiten steeds vaker om de aanleg van breedband te financieren, via directe overheidsinvesteringen of via de aanpassing van universele serviceprogramma's. Toch bestaat er geen alom geaccepteerde methodologie of procedure om de hele interneteconomie te meten. Als wij echter gebruik maken van het bestaande OESO‑onderzoeksmateriaal, is er voor deze 'Vooruitzichten voor de interneteconomie' voldoende gedetailleerde informatie voor de Verenigde Staten beschikbaar om te schatten dat in 2010 ca. 13% van de toegevoegde bedrijfswaarde in dat land zijn oorsprong zal vinden in activiteiten die met het internet te maken hebben. Dit voorlopige cijfer leidt hopelijk tot toekomstige gegevensontwikkeling en verfijning van de meettechnologie.

Twee belangrijke vereisten voor een voortgaande analyse zijn gegevens van goede kwaliteit voor de input en een robuust model die deze gegevens kan verwerken. Verder moet er voor de vergelijking van nationale gegevens voor harmonisatie van de gegevensverzameling worden gezorgd, wat waarschijnlijk nog jaren in beslag zal nemen. Dit betekent dat de impact van het internet op onze economieën nog zeer onduidelijk is, ondanks het feit dat communicatiemethodes en informatieverstrekking zich snel aan het uitbreiden zijn. Het is duidelijk dat het internet een belangrijke economische infrastructuur aan het worden is, die bedrijven transformeert en fungeert als platform voor innovatie.

© OECD

Deze samenvatting is geen officiële OESO-vertaling.

Reproductie van deze samenvatting is toegestaan, mits het OESO-copyright en de titel van de oorspronkelijke publicatie worden vermeld.

Meertalige samenvattingen zijn vertaalde uittreksels van OESO-publicaties die oorspronkelijk in het Engels en Frans zijn gepubliceerd.

Deze zijn gratis te verkrijgen via de Online Bookshop van de OESO www.oecd.org/bookshop

Neem voor meer informatie contact op met de eenheid OECD Rights and Translation, Public Affairs and Communications Directorate op, [email protected] of per fax: +33 (0)1 45 24 99 30.

OECD Rights and Translation unit (PAC)
2 rue André-Pascal, 75116
Paris, France

Bezoek onze website www.oecd.org/rights

OECD

Read the complete English version on OECD iLibrary!

© OECD (2012), OECD Internet Economy Outlook 2012, OECD Publishing.
doi: 10.1787/9789264086463-en

 



Visit the OECD web site